Bij Atletiekclub Volharding staan respect, integriteit en sportiviteit centraal. We willen een veilige en positieve omgeving creëren waarin elke atleet zich kan ontwikkelen, ongeacht leeftijd of niveau. Door duidelijke afspraken, wederzijds vertrouwen en een sterke teamgeest bouwen we samen aan een warme clubcultuur waarin plezier en prestatie hand in hand gaan.
Deze gedragscode heeft als doel:
Integriteit heeft niet alleen te maken met onpartijdigheid, maar ook met rechtvaardigheid, klantgerichtheid, vakbekwaamheid, geloofwaardigheid, fair play en vertrouwen. Integriteit houdt niet alleen in dat de afspraken en regels moeten worden gerespecteerd, maar ook dat men daarin een voorbeeld moet zijn: rechtvaardig handelen door middelen en bevoegdheden op de juiste manier te gebruiken.
De leden moeten vertrouwen hebben in de club. Elke gedraging die het vertrouwen van de leden in het gedrang kan brengen moet vermeden worden.
Het misbruik van alcohol, roken en drugs is verboden tijdens de training en gedurende de begeleiding van atleten.
Op het atletiekterrein mag niet gerookt worden, enkel in de daarvoor voorziene rookzone buiten het terrein.
Al onze leden bewaken het dopingvrije sporten. Betrokkenheid bij dopingpraktijken wordt niet getolereerd.
Loyaliteit betekent dat de opdrachten plichtsgetrouw worden uitgevoerd. Het wil ook zeggen dat er constructief en met kennis van zaken wordt meegewerkt aan de voorbereiding, de uitwerking en de evaluatie van die opdrachten.
Bij contacten met derden wordt altijd het standpunt van de club vertolkt. Persoonlijke standpunten worden binnenskamers besproken.
Persoonsinformatie waarover men beschikt wordt discreet behandeld.
Het creëren en/of handhaven van een positieve clubsfeer is een permanente bezorgdheid van iedereen. Door elkaar te respecteren in de dagdagelijkse omgang en ongewenst gedrag achterwege te laten, kan iedereen bijdragen tot deze positieve clubsfeer. Iedereen streeft naar een vlotte samenwerking, waarbij het belang van de organisatie centraal staat. Respecteer mekaar en stimuleer positief en sportief gedrag.
Handelingen die misbruik maken van de kwetsbaarheid van een ander persoon worden niet toegelaten.
Vermijd het gebruik van grove taal en beledigingen naar atleten, trainers, juryleden, medewerkers,.. Pestgedrag en discriminatie worden niet getolereerd. Ongewenst seksueel gedrag wordt niet aanvaard. Elk gebruik van geweld wordt veroordeeld.
Collegialiteit wordt gekenmerkt door een wederzijds vertrouwen, een open en oprechte benadering van de taken en het bespreekbaar maken van de eventuele meningsverschillen.
We hechten belang aan respect voor elkaar.
Meningsverschillen worden in onderling overleg tussen alle betrokkenen geregeld.
Het bestuursorgaan staat in voor het creëren van een positieve werkomgeving en –sfeer.
Ze bieden aan iedereen de mogelijkheid om te komen sporten ongeacht vaardigheid, geslacht, leeftijd.
Ze betrekken alle leden bij het beleid d.m.v. werkgroepen
De trainers krijgen de nodige opleidingen en zijn gekwalificiëerd om sportiviteit en goede technische vaardigheden aan te leren.
De bestuurders dragen een grote verantwoordelijkheid in het doen naleven van de principes van deze deontologische code.
Bij interne problemen kan men steeds bij hen of de vertrouwenspersoon terecht.
Omgekeerd dient iedereen respect op te brengen voor het bestuur. Er is aandacht en waardering voor hun werk.
De medewerker zal als een goede huisvader het hem/haar toevertrouwde materiaal van de club beheren.
De sportaccommodatie, kleedkamers en materiaal worden proper en ordelijk achtergelaten.
Er wordt geen materiaal ongevraagd meegenomen. Dit is stelen.
Materiaal wordt gebruikt zoals het hoort gebruikt te worden.
In geval van externe contacten in naam van de club moet er een expliciet mandaat zijn vanwege de club.
Bij het schenden van deze gedragscode treedt in eerste instantie de trainer en/of het bestuur op en komt men tot een gepaste sanctie (berisping, verwittiging, vermaning of waarschuwing).
Deze sanctie zal variëren volgens de aard van de schending.
Bij ernstige feiten of herhaaldelijke schending van de gedragscode, kunnen personen in samenspraak met het bestuur geschorst of uitgesloten worden
Het vermelden van onze waarden zorgt voor duidelijkheid en transparantie. Het toont waar we als club voor staan, welke houding we verwachten van leden en trainers, en welke omgeving we willen creëren. Door onze waarden expliciet te maken, versterken we het vertrouwen van atleten, ouders en partners en bouwen we samen aan een respectvolle, veilige en sportieve clubcultuur.
De vertrouwenspersoon is een onafhankelijk en laagdrempelig aanspreekpunt binnen de club. Sporters, ouders, trainers, bestuurders en andere betrokkenen kunnen bij hem of haar terecht met vragen, vermoedens of klachten over grensoverschrijdend gedrag. Elke melding wordt ernstig genomen en met de nodige discretie behandeld.
Dit kan gaan van een bezorgdheid over een situatie tijdens een training tot een melding van pestgedrag of ander ongepast gedrag. In elk geval luistert de vertrouwenspersoon met respect en zorgt hij of zij voor een zorgvuldige opvolging.
Binnen een sportclub is het essentieel dat er een cultuur van openheid en veiligheid heerst, waarin iedereen zich vrij voelt om bezorgdheden of incidenten te melden. Een vertrouwenspersoon biedt een duidelijk en laagdrempelig aanspreekpunt, zodat leden, ouders en trainers weten bij wie ze terechtkunnen. Zo wordt elke melding op een zorgvuldige en correcte manier opgevolgd en versterken we samen een veilige en respectvolle clubomgeving.
De vertrouwenspersoon biedt een luisterend oor aan wie een vraag, bezorgdheid of melding heeft. Hij of zij geeft advies over mogelijke vervolgstappen en verwijst indien nodig door naar de juiste instanties, zonder zelf aan waarheidsvinding te doen.
Daarnaast denkt de vertrouwenspersoon mee over preventieve initiatieven binnen de club en ondersteunt het bestuur bij de uitwerking en implementatie ervan.
De vertrouwenspersoon neemt elke melding ernstig en zet, indien nodig, het geldende handelingsprotocol in gang. Hij of zij waakt erover dat de afgesproken procedure correct wordt gevolgd. In overleg met een eventueel noodteam wordt de situatie in kaart gebracht en de ernst ervan ingeschat. Op basis daarvan ontvangt de melder gepaste informatie en advies of wordt er gericht doorverwezen.
Bij vermoedens van ernstig grensoverschrijdend gedrag is het niet de rol van de vertrouwenspersoon om zelf onderzoek te voeren of hulpverlening op te starten. In dergelijke gevallen wordt doorverwezen naar de federatie-API (Aanspreekpersoon Integriteit) of bevoegde externe instanties zoals hulpverlening, politie of justitie.
Een vertrouwenspersoon is geen hulpverlener: hij of zij start geen therapeutisch traject op en beschikt niet over een beroepsgeheim.
Het is ook geen onderzoeksrechter: de vertrouwenspersoon voert geen diepgaand onderzoek en gaat niet zelf op zoek naar bewijzen.
Daarnaast is het geen journalist: gevoelige informatie wordt niet gedeeld met onbevoegden. Discretie staat centraal. Er geldt geen zwijgplicht, maar wel een meldingsplicht wanneer dat noodzakelijk is.
Tot slot is een vertrouwenspersoon geen bestuurder: hij of zij draagt geen beleidsverantwoordelijkheid, maar heeft een adviserende en ondersteunende rol.
Wanneer een vertrouwenspersoon met een incident wordt geconfronteerd, is een zorgvuldige en discrete aanpak essentieel. Hij of zij luistert met empathie naar de melder en bouwt een vertrouwensrelatie op, zowel met het slachtoffer als met de bevoegde personen binnen de club of federatie. Discretie vormt daarbij een fundament van het handelen.
Discreet omgaan met informatie betekent niet dat alles geheim wordt gehouden. Het houdt in dat zorgvuldig wordt omgegaan met gevoelige gegevens: informatie wordt niet verspreid, blijft niet rondslingeren en wordt enkel gedeeld met personen die bevoegd zijn om gepaste stappen te zetten. De vertrouwenspersoon weegt telkens af welke informatie relevant is en wat noodzakelijk moet worden meegedeeld.
Discretie betekent ook dat er geen informatie wordt gedeeld met onbevoegden en dat roddels of geruchten geen plaats hebben. Tegelijk is een vertrouwenspersoon niet gebonden aan een beroepsgeheim en is het niet de bedoeling dat hij of zij zaken voor zichzelf houdt wanneer melding of doorverwijzing aangewezen is. Het handelen gebeurt steeds bedachtzaam, verantwoordelijk en in het belang van alle betrokkenen.